Hoe een Gooise vrouw een Jappenkamp overleeft
Soms krijgen we een banaan om te delen met tien mensen. Als de vrucht op is, krab ik met een mesje de schil uit tot alleen het buitenste deel overblijft. Daar kun je dan doorheen kijken, zo flinterdun is het.
Opgegroeid in een welgesteld milieu in het Gooi is Hanna gewend aan overdaad. Als jonge vrouw die van eten houdt, is ze altijd bezig met haar gewicht. Ook tijdens haar studiejaren in Delft en later in Nederlands-Indië, waar ze op haar tweeëntwintigste met haar man naartoe verhuist. Ze leidt een onbekommerd leven tot de Tweede Wereldoorlog de kolonie bereikt. Al snel is alles anders. Hanna wordt met haar kinderen opgesloten in een Japans burgerkamp. De honger is nauwelijks te verdragen, net als de mishandelingen en de onvoorspelbaarheid van de bewakers. In 1945 weegt Hanna nog maar de helft van wat zij voor de oorlog woog. En waar is haar man gebleven?
Over de ‘Jappenkampen’, de Japanse interneringskampen in Nederlands-Indië, is veel gepubliceerd. Persoonlijke ervaringen verschenen meestal pas vele jaren na de Tweede Wereldoorlog. Niet iedereen die het had meegemaakt, wilde erover spreken. En wie er wél over sprak, bedekte vaak pijnlijke herinneringen met een mantel van luchtigheid. In Tabé, hou de moed er maar in wordt deze vorm van zwijgen doorbroken. Het vertelt de ervaringen vanuit het perspectief van Hanna. Hoewel ze de honger nauwelijks overleeft, ontwikkelt ze gaandeweg de veerkracht om door te gaan.
Met Tabé, hou de moed er maar in treedt Henriette van Wermeskerken in de voetsporen van haar grootmoeder. Het resultaat is een even levendige als getrouwe reconstructie van binnenuit.
Dit boek wordt verwacht. Op de hoogte blijven?

